Home Organisatie Contact Open dag Verslagen en Foto's Ouders Literatuur


Artikel in het Algemeen Dagblad, katern 'Familie & relaties' van 11 oktober 2006

'Slechts' één kind
door Marc Kruyswijk

Ze zijn verwend, zielig, kunnen niet delen, zijn niet sociaal, of juist weer wel. Steeds meer ouders hebben één kind. Zijn enig kinderen bijzonder of juist niet? 'Dan hoor je die ouders zeggen: al onze hoop is op jou gevestigd.'

Isa van 8 is enig kind en kan nogal bokkig zijn als ze haar zin niet krijgt. Dat was zo toen ze nog klein was en dat geldt eigenlijk nog steeds, zeggen haar ouders Stanley en Yara Haverkot uit Amsterdam. "Laatst was ze kwaad op me in de supermarkt omdat we geen chips namen," zegt Stanley. "Stopt er een oud vrouwtje dat zegt: 'Tja, dat heb je met de enige kinderen, die zijn hartstikke verwend'. Nou ja! Waar haalt zo iemand het lef vandaan?"

Stanley en Yara hebben met de regelmaat van de klok te maken met vooroordelen over het feit dat ze er, bewust, voor hebben gekozen één kind te nemen. "We krijgen er heel vaak reacties op. Alleen al door de manier waarop de meeste mensen erover spreken. Dat we 'maar' één kind hebben. Alsof Isa daardoor minder waard is, alsof wíj minder goede ouders zouden zijn."

Dat kinderen zonder broertjes of zusjes verwend zijn is één van de vooroordelen waar Stanley en Yara bijna dagelijks tegenaan lopen. Andere aannames zijn dat enig kinderen zielig zijn. Niet sociaal. Vroeg volwassen. Dat ze gebukt gaan onder de zware druk van het verwachtingspatroon van hun ouders.

Onzin, zegt pedagoge Sandra Veenstra van opvoedkundige praktijk Grow'n'up. Enige kinderen zijn niet bijzonderder of normaler dan andere kinderen. "Het is vooral een kwestie van de manier waarop de ouders omgaan met de valkuilen."

Wie er voor kiest, of er door omstandigheden toe wordt gedwongen, één kind te nemen, loopt tegen een hoop vooroordelen aan. Niet alleen over hun kind, maar ook met betrekking tot hun rol als ouder. Daar weet Rozemarijn van Harderwijk, inmiddels moeder van twee, van mee te praten. De schrijfster van het boekje 'En, wanneer komt de tweede?' kreeg er na de geboorte van haar eerste kind al mee te maken. "Vooral vrouwen hebben daar een handje van. Heb je eenmaal een kind, dan is het kennelijk normaal om te vragen wanneer de volgende komt. Ik vind dat zó impertinent."

Van Harderwijk sprak voor haar boek met tientallen vrouwen die één kind hebben. Ze stoort zich met name aan het verwachtingspatroon. "Het kan zijn dat je het krijgen van een kind als zeer heftig ervaart. Het maakt natuurlijk ook een hoop los. En je moet je op de een of andere manier altijd verdedigen. Hoezo is één kind niet genoeg?"


- 'Wie één kind heeft, loopt tegen een hoop vooroordelen aan'.
- 'Bied je kind gelegenheid om met andere kinderen in contact te komen'.
- 'Laat je kind ook eens even met rust'.


Steeds meer ouders vinden dat één kind wel genoeg is, blijkt uit cijfers van het CBS. En dat heeft gevolgen voor de manier waarop ze worden opgevoed. Want een enig kind bevindt zich in een andere situatie dan een kind dat opgroeit met broertjes of zusjes. "Enig kind zijn is geen voordeel of een nadeel, als je je maar bewust bent van de positie van je kind binnen het gezin", zegt opvoedkundige Sandra Veenstra.

De schijnwerper staat vaak continu gericht op het kind, als er maar één is, zegt Veenstra, die in haar praktijk in Muiden regelmatig te maken krijgt met gezinnen met één kind. "Voor enige kinderen is het vaak lastig even de luwte op te zoeken. Ik adviseer ouders dan ook vaak hun kind gewoon eens even met rust te laten: zit er niet de hele tijd bovenop. Voor kinderen met broertjes of zusjes kan dat natuurlijk ook gelden, maar als je met z'n vieren of vijven aan tafel zit, is de aandacht van de ouders verdeeld."

Ouders moeten opletten dat ze hun kind niet opzadelen met te veel druk. "Ik heb hier soms ouders die hun kind te veel belasten. Dan hoor je ze zeggen: al onze hoop is op jou gevestigd. Dan draag je als kind wel een last met je mee, hoor."

Ook bestaat het risico dat enig kinderen al heel snel als volwassen worden gezien. Het is een valkuil waar ouders relatief vaak intrappen, zegt Veenstra. "Ze vergeten soms dat kinderen weliswaar gelijkwaardig zijn, maar niet gelijk. Aan de andere kant zie je bij enig kinderen overigens ook wel eens dat ouders hen onbewust klein houden, simpelweg doordat ze geen vergelijkingsmateriaal hebben. Dan zie je een kind van drie dat de hele dag in een buggy wordt vervoerd."

Albertine van Ruitenbeek en haar echtgenoot brengen dit soort adviezen in de praktijk met hun 14-jarige zoon Christopher. Zij is zich zeer bewust van de risico's en waakt ervoor haar zoon te verwennen. "Wij kunnen best merkkleding betalen, maar we vinden het gewoon niet nodig. Hij draagt kleren waar vriendjes zijn uitgegroeid net zoals hij de kleren van zijn broer had overgenomen als hij die had gehad."

Albertines zoon is ook zeer sociaal. "Als kind was dat minder," zegt Albertine, maar dat is de laatste jaren helemaal bijgetrokken. Hij heeft heel veel vrienden. Het vooroordeel dat enige kinderen dus geen contact kunnen leggen met leeftijdgenootjes slaat dus helemaal nergens op."

Klopt, zegt Veenstra, maar je moet je er wel bewust van zijn. "Enig kinderen hebben vaak volwassenen om zich heen. Daar moet je dus wel iets voor organiseren. Bied je kind dus gelegenheid om met andere kinderen in contact te komen, door te spelen bij neefjes of nichtjes of met buurkinderen. Zo leer je je kind een plek binnen een groep te vinden en zich daar te handhaven."

Stanley en Yara Haverkot staan nog volledig achter hun keuze voor één kind. Dat heeft deels te maken met hun financiële situatie (beiden zijn kunstenaar en verdienen maar een bescheiden boterham), maar vooral ook omdat ze met meer kinderen de aandacht te veel zouden moeten verdelen. Stanley: "Als we er nog een hadden gekregen, hadden we dat best gered, maar ik ben bang dat ik dan alléén nog maar met opvoeden, boterhammen smeren en billen afvegen bezig zou zijn. Bij wijze van spreken."

Het is een keuze geweest uit eigenbelang, zeggen Stanley en Yara, maar ze doen hun best dochter Isa zo veel mogelijk in contact te brengen met andere kinderen. "We hebben heel erg gestimuleerd dat ze op een sport ging en we zorgen er voor dat ze bij ons vriendinnetjes kan uitnodigen. En het pakt goed uit: ze is een gelukkig, sociaal meisje. Ze is, voor haar leeftijd waarschijnlijk iets volwassener dan haar leeftijdsgenootjes; dat heeft vast te maken met het feit dat ze thuis in de minderheid is tussen volwassenen. Maar we vinden dat eerder een voordeel dan een nadeel."

Algemeen Dagblad, 11 oktober 2006