Home Organisatie Contact Open dag Verslagen en Foto's Ouders Literatuur

Artikel

ÉÉN UIT DUIZENDEN:

ENIGE KINDEREN IN HET ALGEMEEN


a. ALGEMENE KENMERKEN
Enig kind zijn is een ziekte op zich.
- De psycholoog G. Stanley Hall, rond 1885
Enige kinderen hebben in het verleden te lijden gehad onder een negatief imago, maar uit recent onderzoek blijkt dat ze meestal net zo aangepast zijn als mensen met broers en zussen, zo niet beter. Een enig kind gaat ‘vermomd als normaal mens’ door het leven, zoals de komiek David Steinberg zou zeggen.

Dit is goed nieuws, want er zullen waarschijnlijk in de eenentwintigste eeuw meer enige kinderen op de wereld zijn, nu de regeringen in het oosten proberen hun geboortecijfer te beperken en ouders in het westen moeite hebben om hun beider carrières met het ouderschap te combineren. Tegenwoordig zegt 20% van de Amerikaanse moeders zelfs dat ze het gezin compleet hebben met maar één kind; dat zijn twee keer zoveel gezinnen met één kind als nog maar tien jaar geleden.

Kinderen die geen broers of zussen hebben, leven in de aangenaamste en tegelijkertijd onaangenaamste wereld die mogelijk is: ze zijn altijd en eeuwig de streberige oudste en de verwende jongste van het gezin. Hierdoor hebben ze veel kenmerken van een oudste kind, maar kunnen toch in meerdere opzichten als volwassene kinderlijk blijven. Veel enige kinderen zien er zelfs op hun oude dag nog veel jonger uit dan ze zijn.

Omdat enige kinderen nooit vervangen worden door jongere broers of zussen, komen ze nooit in de positie dat ze hun plaats als hun ouders’ lieveling moeten verdedigen. Ze worden door hun ouders vaker als speciaal en kostbaar gezien dan kinderen met broers of zussen. Omdat ze hun ouders nooit met iemand hoeven te delen, weten ze dat hun plaats in het gezin niet bedreigd wordt. Ze ergeren zich minder dan jongsten aan gezag en aanvaarden en verwachten zelfs van anderen hulp als ze die nodig hebben. Omdat ze niet met jongere indringers om aandacht hoeven te vechten, zijn ze vaak gelijkmatiger en hebben een hogere eigendunk dan oudste kinderen, en minder behoefte om anderen te overheersen. Als ze de gewenste aandacht van iemand niet krijgen, gaan ze er in de regel niet om vechten; ze zullen zich gewoon op een ander richten.

Meer dan andere kinderen neemt het enig kind de kenmerken over van de plaats in het gezin van de ouder van hetzelfde geslacht. Een vrouwelijk enig kind dat een jongste zus van zussen als moeder heeft, zal bijvoorbeeld grilliger en flirteriger zijn dan een vrouwelijk enig kind met een moeder die de oudste zus is van broers.

Het enig kind kan zelfs heel sterk op de ouder van hetzelfde geslacht lijken tot er een probleem of spanning optreedt, waarna de kenmerken van een enig kind zich zullen vertonen. Tegelijkertijd hebben enige kinderen hun ouder van het andere geslacht helemaal voor zichzelf en kunnen zich met die vader of moeder beter dan andere kinderen met broers of zussen identificeren. Zonder een broer of zus om de geslachtsbepalende rol te versterken, zijn de ‘enigen’ vaak androgyner dan andere kinderen.

Enige kinderen wedijveren vaak met hun ouder van hetzelfde geslacht om de aandacht en liefde van hun ouder van het andere geslacht; ze winnen vaak, vooral als het stel problemen heeft. Sommige onderzoekers beweren dat incestueus gedrag meer voorkomt in gezinnen met één kind. Als een mannelijk enig kind meer tijd met zijn moeder doorbrengt dan zijn vader, kunnen moeder en zoon het stel worden in het gezin. De jongen kan zijn hele leven bij zijn moeder, en afhankelijk van haar blijven.

Ouders kunnen een enig kind strenge regels opleggen om het een waardige vertegenwoordiger van hun opvoeding te maken. Ze hebben maar één kans om het goed te doen, en verwachten daarom van het kind dat het ‘perfect’ is. Hierdoor worden enige kinderen vaak eerder volwassen en doen ze minder vaak speels of gek. Ze kunnen overijverige strebers worden of alle hoop opgeven, als ze ontdekken onmogelijk perfect te kunnen zijn. Zonder andere kinderen om zich zorgen over te maken, kunnen de ouders meer aandacht aan het enig kind geven. Dat kind kan het middelpunt van hun bestaan worden en een geconcentreerde dosis krijgen van wat de ouders te geven hebben: liefde, kritiek, woede, vreugde en angst. Als de ouders toevallig agressieve, gewelddadige mensen zijn, is dat heel traumatisch voor een enig kind omdat hij de enige is die deze emoties ondergaat. Als de ouders emotionele problemen hebben, moet het enig kind daarmee omgaan zonder de steun van een broer of zus. Als daarentegen de ouders emotioneel evenwichtig zijn, kan het enig kind de meest zekere en tevredene zijn van alle mensen, uit alle plaatsen in het gezin.
Het mag zo zijn dat een enig kind verwend is, niet zo zeer met cadeautjes als wel met de tijd die aan zijn problemen wordt gewijd, maar geloof me, er zijn gevallen dat hij wenste dat er een broer of zus was met wie hij zijn overvloed kon delen […] Hij zal geneigd zijn om eenkennig te worden […] Hij brengt meer tijd alleen door en in het gezelschap van volwassenen.
- Peter Ustinov, Dear Me
Sommige enige kinderen proberen te ontsnappen aan al die aandacht van volwassenen. Ze kunnen in zichzelf kruipen en overdreven onafhankelijk worden. Ze kunnen gaan proberen om bepaalde zaken heel af te handelen voordat de ouders advies kunnen geven, of iets meteen zo goed doen dat hulp niet nodig is. Het perfectionisme van sommige enig kinderen dient om de bemoeienis van volwassenen te voorkomen, en berust niet op een persoonlijke voorliefde.

Enige kinderen hebben meestal een hekel aan kritiek en zullen iets niet over willen doen als ze de eerste keer over hun werkwijze zijn bekritiseerd. Ze hebben hun ouders blijkbaar dingen perfect zien doen en hebben haast nooit andere kinderen iets steeds over zien doen voordat ze het onder de knie hebben.

Ouders van enige kinderen houden misschien niet altijd genoeg rekening met de behoefte van het kind om te spelen en slordig te zijn. Ze houden hun kind vaak met argusogen in de gaten, ruimen zijn speelgoed op en geven hem taken op. Dit kan ervoor zorgen dat enige kinderen het later in hun leven moeilijk vinden om werk van spel gescheiden te houden. Ze zullen misschien van het spelen niet genoeg kunnen genieten en zich niet genoeg tot werken inzetten.

Kinderen leven vaan in hun eigen wereldje met hun eigen gevoel voor wat belangrijk is, en volwassenen kunnen hier niet aan deelnemen. Volwassenen kijken gewoon niet hetzelfde naar de wereld. Enige kinderen moeten de ervaring missen om met iemand van hun eigen niveau te praten over wat ze belangrijk vinden. Als ze ooit zijn uitgelachen omdat ze ‘kinderachtig’ deden, zullen ze misschien voorgoed moeite hebben met het tonen van emoties of het zeggen wat ze denken.

Enige kinderen verwachten vaak heel veel van het leven. Ze hebben tenslotte ook heel veel gekregen in hun jeugd, zowel materieel als immaterieel. Zelfs in gezinnen met een krappe beurs is het enig kind de enige begunstigde van het beschikbare geld. Het enig kind heeft niet alleen meer en beter speelgoed, maar hoeft als volwassene ook met niemand een erfenis te delen. Dit betekent niet automatisch dat een enig kind verwend of hebberig is; ze zijn vaak even zuinig op hun geld als op hun andere bezittingen. En ze zijn ook niet al te hebzuchtig. Hun behoeften zijn al meer dan genoeg bevredigd. Het enige kind Ingrid Bergman schreef hoe ze haar vader wekelijks om één kroon zakgeld vroeg en daarvoor in de plaats een handvol kronen kreeg. Zij zei dan: ‘Dat moet je niet doen, je moet me niet verwennen. Ik moet maar één kroon krijgen per week.’ Hij drong dan toch weer aan en zij nam er twee om hem tevreden te stellen.

Omdat ouders van enigen kinderen vaak dezelfde hooggespannen verwachtingen hebben als ouders van oudste kinderen, blinken enige kinderen vaak uit op school. Al ze door de aandacht thuis gesmoord zijn, kan de school een welkome verlossing zijn. Ze kunnen de school ook waarderen als een plaats waar ze in vergelijking tot anderen kunnen uitblinken, anders dan thuis. Ze zullen gauw ‘het lievelingetje van de leraar’ worden, niet alleen omdat ze ijverige en rustige leerlingen zijn maar omdat ze zich misschien meer op hun gemak bij de leraar dan bij de andere kinderen voelen.

Enige kinderen, vooral die van het mannelijk geslacht, zijn vaak echte strebers: Franklin Roosevelt, Walter Gronkite, John Kenneth Galbraith en Ansel Adams zijn daar voorbeelden van. Ze kunnen heel erg van streek raken als ze eens geen succes hebben. Ze zijn meestal ook wel degelijk succesvol; in de meeste schooltests halen zij hogere cijfers dan kinderen van de andere plaatsen in het gezin. In een paar intelligentietests scoorden oudste kinderen echter even hoog. De onderzoekers hadden verwacht dat enige kinderen het best uit de bus zouden komen omdat alle andere tests suggereerden dat hoe minder broers en zussen iemand had, hoe hoger de scores waren. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat enige kinderen minder goed dan verwacht presteerden omdat ze geen jongere broer of zus hadden aan wie ze les konden geven. Omdat lesgeven het leren stimuleert, presteerden de oudste kinderen beter.

Hoe succesvol enige kinderen ook zijn, toch kunnen ze bang blijven om te falen en als de dood zijn om hun ouders teleur te stellen. Anders dan oudste kinderen, die zich de behoefte om te presteren eigen maken en het vanuit een innerlijke behoefte doen, werken enigen kinderen vaker voor anderen. Omdat ze bij het spelen alleen op zichzelf waren aangewezen, kunnen enige kinderen zich vaak behoorlijk fantasievol en vindingrijk vermaken. Zij krijgen eerder dan andere kinderen denkbeeldige vrienden, die makkelijker dan echte vrienden in de omgang zijn. Een twaalf jaar oud enig kind, dat fantaseerde over het hebben van een gezin met zeventien broers en zussen, waarin zijzelf precies in het midden met een ander een tweeling vormde.Toen echter op volwassen leeftijd de tijd kwam om over kinderen krijgen na te denken, besloot ze dat ze er toch liever geen had.

Omdat ze minder gelegenheid hebben gehad om met andere kinderen te spelen, zijn enige kinderen vaak minder speels dan anderen, en kunnen zich in hun jeugd als miniatuurvolwassenen gedragen, vaak tot groot vermaak van de ouders en andere volwassenen, die hen ‘schattig’ en braaf vinden. Dit kan echter wel betekenen dat het enig kind misschien helemaal geen kinderspelletjes kent en als jonge tiener geen kans krijgt om te leren dansen met een broer of zus, of kattenkwaad uit te halen. De ouders van enige kinderen zijn meestal ouder dan gemiddeld en daardoor zelf ook minder speels.
We hebben het beeld dat enige kinderen verwend en in de watten gelegd worden; daarnaast moeten ze zich ook nog volwassen standpunten aanmeten. Het kan zijn dat het gezin dat mij verzorgde chaotisch en behoeftig was […] waardoor ik vroeg wijs moest worden […] ‘Als ik maar braaf en lief ben, dan laat je me rustig mijn stripboekjes lezen’. Heb ik ooit even puur van een mens gehouden zoals ik van Mickey Mouse of, wat later in mijn latente fase, van Captain Marvel en Plastic Man heb gehouden?
- John Updike, Self-Consciousness
Enige kinderen kunnen uitblinken in volwassen aangelegenheden en uiteenlopende interesses hebben, maar niet goed zijn in kinderzaken en zich een vreemde eend in de bijt voelen in het gezelschap van andere kinderen. Ze zullen bijvoorbeeld pas later dan andere kinderen een fiets zonder zijwieltjes krijgen. Door dit soort ervaringen kunnen ze zich op latere leeftijd nog in sociale aangelegenheden onbeholpen voelen. Aan de andere kant doen ze, door de vele jaren van zwijgzaam in het gezelschap van volwassenen zitten, veel mensenkennis op, en kunnen ze bij een ruzie vaak alle standpunten begrijpen.

Omdat hun eerste gesprekken met volwassenen waren, hebben enige kinderen meestal hoogontwikkelde verbale vaardigheden, maar als volwassene zullen ze toch vaak de minst spraakzame zijn. Ze hebben geen ervaring met de manier waarop kennissen op hun dooie gemak balletjes opgooien, overgooien en weer opvangen als ze zitten te kletsen. Enkelen kunnen echte zonderlingen of excentriekelingen worden, maar de meesten leren toch om goed met anderen te communiceren, en raken sociaal goed aangepast.

In alle gezinnen zijn volwassen kinderen belangrijker voor hun ouders dan hun ouders zijn voor hen, maar dit geldt dubbel voor gezinnen met maar één kind. Enige kinderen hebben vaak geen zin om het ouderlijk huis te verlaten. Ze kunnen hun ouders, vooral een alleenstaande ouder, maar niet de rug toekeren, zonder dat ze zich schuldig en ontrouw voelen. Ze kunnen zich op latere leeftijd extra bezwaard voelen, als hun ouders verzorgd moeten worden. Zij zijn in meerdere opzichten de minst geschikten om goed voor hun ouders te zorgen, maar er is niemand anders om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen. Ze – vooral de mannen – kunnen uiteindelijk de problemen gaan negeren of maar heel sporadisch hulp bieden.

Voor enige kinderen die in de jaren zestig of daarvoor zijn geboren, rest er een andere belangrijke vraag: waarom zijn ze enige kinderen? Vóór de veranderingen in leefstijl rond de jaren zeventig en tachtig, toen veel werkende stellen besloten dat ze maar één kind konden verzorgen, was het heel ongewoon als ouders maar één kind hadden. Een enkel kind wijst vaak op een of ander probleem bij de ouders – lichamelijk, geestelijk of financieel – dat hen ervan weerhield om meer kinderen te nemen. Als er problemen thuis waren, zouden die ook een wezenlijke invloed op de persoonlijkheidsontwikkeling van het enig kind moeten hebben. Veel enige kinderen zijn bijvoorbeeld enige kinderen omdat hun ouders gingen scheiden. Met zulke bijkomstige complicaties moet rekening worden gehouden bij elke behandeling van enige kinderen.

Het enig kind Joseph deed zijn uiterste best om ‘goed’ te zijn, toen hij vier was en zijn ouders scheidden. Hij dacht dat hij al één ouder kwijt was en wilde er niet nóg een door slecht gedrag kwijt raken. Hierdoor werd hij nog angstvalliger, stond hij nog meer klaar om volwassenen te behagen en werd hij al te volwassen voor zijn leeftijd. Hij was een keurig heertje toen hij zes was, maar verstoken van speelkameraadjes of plezier in het leven. Met deze toestand ging hij het huwelijk in en het was moeilijk voor hem om speels en spontaan met zijn vrouw om te gaan.

Problemen met de zwangerschap waren voor 1960 een andere oorzaak voor gezinnen met één kind, en ook dit was van invloed op de ontwikkeling van het kind. Als het enig kind ter wereld komt na herhaalde pogingen om zwanger te worden, of na een miskraam of wiegendood, zullen de ouders hun kind zelfs nog meer gaan verwennen en beschermen, waardoor het later een egocentrische volwassene zal worden. Deze ouders zullen misschien al te bezorgd zijn om de lichamelijke gezondheid van hun enig kind en overdreven sterk op de gewone kinderziektes reageren, waarmee het kind een volwassene zal worden die teveel aandacht besteedt aan de minste kwaaltjes, en van anderen verwacht dat ze er even bezorgd over zijn.

Ouders die simpelweg hebben besloten maar één kind te willen krijgen, zijn meestal ouder, beter opgeleid, ruimdenkender en succesvoller in hun carrière. Ze zullen echter ook hun leven haarfijn hebben uitgestippeld en van hun kind verwachten dat het zich keurig conformeert zonder al te veel heisa of gemor. In het verleden waren het eerder de ouders van een mannelijke eerstgeborene die vrijwillig besloten het daarbij te laten dan ouders van een eerstgeboren meisje, waardoor er meer mannelijke dan vrouwelijke enige kinderen op de wereld kwamen. Of dit zal veranderen met de nieuwe ideeën over de seksen blijft vooralsnog de vraag.

Alfred Adler noemde in het begin van de jaren twintig enige kinderen ‘mensen uit een pessimistisch gezin’. Aan het einde van de twintigste eeuw is het waarschijnlijker dat het enig kind opgroeit in een gelukkig geslaagd tweeverdienersgezin.

b. ALS PARTNER

Omdat enige kinderen er niet aan gewend zijn om met andere kinderen intiem samen te leven, weten ze vaak op latere leeftijd niet hoe ze om moeten gaan met intieme relaties. Ze zullen misschien moeite hebben om de normale veranderingen van stemmingen en meningen te aanvaarden of te begrijpen. Ze zijn graag goed voorbereid, netje en punctueel en storen zich aan mensen – vooral hun partner – die niet zo zijn.

Ze zijn gewend aan de manier waarop ze alles piekfijn voor elkaar hebben en houden er niet van om verrast te worden. Als ze plannen hebben gemaakt om iets te gaan doen is het voor hen moeilijk om spontaan van gedachte te veranderen of flexibel te zijn. Ze hebben de kunst van het onderhandelen niet geleerd en begrijpen de noodzaak van het delen van de verantwoordelijkheid of van wat dan ook niet. Ze hebben gewoon nooit iets hoeven delen: hun kamer, kleren, speelgoed en boeken zijn allemaal van hen. Hoewel ze als volwassene misschien wel bepaalde dingetjes willen delen, zal dat meestal zijn op voorwaarde dat alles ‘weer netjes in zijn oude staat op zijn plaats terug wordt gelegd’.
De eigenaardige manier waarop hij sprak over zijn broer en zus […] kwam voort uit een soort menselijke ervaring die ik nooit zou kennen […] Zonder voor mezelf een broer of zus te willen – Waar zouden ze moeten spelen? Wat zouden ze moeten eten? Wie zou hen ervan weerhouden om met mijn speelgoed, kleurpotloden en krijtjes te spelen? – genoot ik van dit aspect van mijn vader.
- John Updike, Self-Consciousness
Omdat ouders hun fouten vaak niet toegeven, of aan een kind bekennen dat ze ernaast zaten en dat het hun spijt, leren kinderen ook de kunst van excuses aanbieden niet. Ze vinden het al even moeilijk om een ander te vergeven als zichzelf. Als er van hen teveel door de vingers werd gezien of als ze onterecht de hemel in zijn geprezen, ontwikkelen ze een misplaatst beeld van hun eigen bekwaamheid en kunde. Zelfs het minste verwijt kan hun vreselijk pijn doen, wat een partner erg zal verbazen als die gewend is dat broers en zussen zonder onaangename gevolgen elkaar voor rotte vis uitmaken.

Enige kinderen zijn eraan gewend dat alles gesmeerd verloopt. Ze hebben nooit onderbrekingen of pesterijtjes van broers of zussen hoeven ondergaan; áls er iets fout gaat, zullen hun reacties dan ook overtrokken ten opzichte van het gebeurde kunnen zijn. Wat anderen zien als een bagatel, kan de enige zien als een ramp. Zelfs een onschuldig meningsverschil kan als een persoonlijke aanval worden opgevat.

Omdat ze zich het liefst op één relatie tegelijk richten, hebben de meeste enige kinderen geen moeite met monogamie; ze zijn zelfs nog meer op hun gemak als ze alleen leven. Trouwen met iemand, van welke plaats in het gezien ook, kan voor hen een hele uitdaging zijn.

c. ALS OUDER

Enige kinderen hebben over het algemeen meer moeite met het ouderschap dan mensen uit andere plaatsen in het gezin. Naaste het feit dat ze geen enkele ervaring hebben in het omgaan met jongere kinderen in het gezin, zijn ze er niet aan gewend om veel mensen om zich heen te hebben.

Enige kinderen zijn de voornaamste groep volwassenen die geen of maar één kind hebben. Enkele enigen zullen hun eigen eenzame kindertijd goed willen maken door zelf een groot aantal kinderen te krijgen. Ze beseffen pas te laat dat het veel makkelijker is om kind te zijn dan ouder in een groot gezin.

Als enige kinderen wél kinderen willen krijgen, zullen ze vaak veel van de verantwoordelijkheid op hun partner proberen af te schuiven. Dit kan prima werken als de partner een oudste is, maar zorgt voor problemen als de partner een jongste is, of nog erger, een ander enig kind.

d. ALS VRIEND(IN)

Enige kinderen willen meestal maar één vriend of vriendin tegelijk. Ze kunnen zich aan iemand vastklampen om zich niet eenzaam te hoeven voelen, terwijl ze zich toch het meest op hun gemak voelen als ze alleen zijn. Ze geven meestal de voorkeur aan individuele sporten, zoals zwemmen, in plaats van teamsporten. Ze vinden het moeilijk om zich aan de verschillende karakters van te veel groepsgenoten tegelijk aan te moeten passen. Sommigen schrikken ervoor terug om nieuwe mensen te leren kennen en moeten zich er toe dwingen om nieuwe situaties aan te gaan.

Als enige kinderen in hun jeugd bij andere kinderen thuis komen, zijn ze vaak stomverbaasd als ze zien hoe een gezin met zoveel mensen leeft. Het enige kind lijkt wel een wezen van een andere planeet, als het kijkt naar wat voor anderen hele alledaagse bezigheden zijn. Peter Ustinov schrijft dat zijn eigen kinderen hem veel leerden over ‘het menselijk bestaan’: betrekkelijk voor de hand liggende zaken waar hij gewoon nooit bij stil had gestaan.
Ik ontwikkelde al vroeg voor elke sport in groepsverband een uitgesproken allergie, die ik nooit meer ben kwijtgeraakt. Het komt misschien doordat ik enig kind was, maar ik heb nog nooit enig groepsgevoel ervaren. In de eerste jaren, toen ik op school zat, was ik heel eenzaam. Eenzaamheid was echter, als het geboorterecht van het enig kind, in mijn ogen niet iets verschrikkelijks.
- John Mortimer, Clinging to the Wreckage: A Part of Life
Als de spanning in sociale aangelegenheden te hoog oploopt, kunnen enige kinderen in hun eenkennige schulp kruipen. Ze zijn niet gewend om met anderen voor lange duur – vooral als het iemand is die hen irriteert – gelijkwaardig om te gaan. Ze weten niet wat ‘vergeven en vergeten’ is en beseffen niet altijd dat degene die nu kwaad op hen is binnen de kortste tijd alweer kan lachen en grappen maken.

Ook beledigingen nemen ze persoonlijker op dan de meeste mensen. Een vriend die ook andere vrienden heeft, kan in de ogen van een enig kind trouweloos zijn; het enig kind is tenslotte óók tevreden met maar één vriend tegelijk. Het is geen toeval dat de schrijver van de zin ‘De hel, dat zijn de anderen’ een enig kind was: Jean-Paul Sartre.

Dit wil niet zeggen dat enige kinderen niet van anderen mensen houden; ze willen misschien juist heel graag tot een groep behoren. Maar enige kinderen zijn het gewoon niet gewend om om te gaan met al die sociale verwikkelingen en verwarringen.
Ik was een eenzaam kind, al was ik me niet bewust van het begrip eenzaamheid; ik gaf er zelfs de voorkeur aan om alleen te zijn. Tegelijkertijd voelde ik me heel erg aangetrokken tot het idee om met anderen samen te zijn, om deel van een groepje uit te maken […] maar als ik een tijdje met mijn neven had doorgebracht, wilde ik weer alleen zijn.
- James Kirkup, The Only Child: An Autobiography of Infancy

e. OP HET WERK

Enige kinderen willen vaak heel graag de waardering van oudere mensen of mensen met gezag krijgen, maar ze hebben ook al op jonge leeftijd geleerd deze mensen te manipuleren. Sommige enigen maken misbruik van hun unieke plaats in het gezin door van hun ouders sloven te maken en als volwassene nog steeds dominant te zijn. Deze enige kinderen zullen misschien voortdurend bevestiging willen krijgen, als voortzetting van de waardering die ze als kind kregen. Ze krijgen een flinke klap als de wereld die bevestiging niet meteen geeft.

Vaak leren enigen kinderen aan om te gaan treuzelen, in de wetenschap dat de ouders dan zullen komen helpen of de klus voor hen klaren. Hierdoor zijn de meeste enigen geen initiatiefnemers. Ze hebben vaak een duwtje in de rug nodig, maar leveren prima werk af als ze eenmaal op gang zijn.

Als ze nog klein zijn, meten enige kinderen hun verrichtingen af aan die van hun ouders. Om aan de maatstaven van de ouders te voldoen, blijven ze zich uitsloven om beter te worden. Later in hun leven proberen ze nog steeds hun ouders of ouderfiguren (zoals leraren en werkgevers) trots te stemmen, wat hen plichtsgetrouw en betrouwbaar maakt. Daarom ergeren ze zich aan mensen die deadlines niet halen of hun afspraken niet nakomen.

Als iets niet perfect kan worden afgemaakt, zal een enig kind er liever mee ophouden dan met minder genoegen te nemen. Matigheid accepteert een enig kind niet: het moet alles of niets zijn. Kijk bijvoorbeeld maar naar de foto’s van Ansel Adams, waar elk grassprietje op zijn plaats staat. Een enig kind dat op zijn werk een lage productiviteit had omdat hij erop stond alles perfect te doen, werd uiteindelijk door zijn baas overgehaald om niet meer te streven naar perfectie en daarvoor in de plaats genoegen te nemen met uitmuntendheid.

f. AAN DE OUDERS VAN EEN ENIG KIND

Vergeet niet dat gedragscodes voor kinderen anders zijn dan voor volwassenen en dat je misschien wat minder hoge verwachtingen moet koesteren. Behandel je kind als een kind en stimuleer speelsheid, gek doen en het nemen van risico’s. Laat je kind weten dat het niet erg is om vergissingen te maken of niet perfect te zijn.

Bewaar je complimenten voor wat je kind écht goed gedaan heeft; te veel lof voor onbeduidende prestaties geeft een kind een misplaatst beeld van zijn of haar capaciteiten en van de reactie die ze van vreemden kunnen verwachten.

Verwen je kind niet te veel omdat je je dat nou eenmaal kunt veroorloven. Probeer dezelfde hoeveelheid tijd, geld en aandacht aan je enig kind te besteden als je zou doen als je die over twee of meer kinderen moest verdelen.

Wees je ervan bewust dat avonden en zomervakantie lange en eenzame tijden kunnen zijn voor een kind dat geen broers of zussen heeft. Het kan helpen als je je kind vriendjes of vriendinnetjes laat uitnodigen om met je gezin mee op vakantie te gaan of bij jou thuis te komen spelen en logeren. Huisdieren zijn vaak heel belangrijk voor enige kinderen en zorgen dat het kind leert om voor iemand te zorgen.